HR jurisprudentie
Home » HR jurisprudentie » Motiveringsplicht werkgever bij concurrentiebeding in tijdelijke arbeidsovereenkomst
Motiveringsplicht werkgever bij concurrentiebeding in tijdelijke arbeidsovereenkomst

Een werknemer met een tijdelijk dienstverband kan – in beginsel – niet worden gebonden aan een concurrentiebeding. Deze werknemer kan slechts worden gebonden aan een concurrentiebeding, indien in de schriftelijke bepaling, waarin het beding is neergelegd, wordt gemotiveerd welke zwaarwegende bedrijfs- of dienstbelangen de werkgever heeft, die het concurrentiebeding (op het moment van het aangaan van het concurrentiebeding en op het moment dat de werkgever zich op het concurrentiebeding beroept) noodzakelijk maken. Deze strenge vereisten leiden ertoe, dat een werknemer niet snel zal zijn gebonden aan een in een tijdelijke arbeidsovereenkomst neergelegd concurrentiebeding. Het Hof Arnhem-Leeuwarden heeft in het (op het moment van het opstellen van deze bijdrage niet gepubliceerde) arrest van 27 december 2016 (AR 2017-0020) overwogen, dat de werkgever in de voorliggende casus evenwel heeft voldaan aan zijn motiveringsplicht.

Casus

Nadat de werkgever de werknemer heeft medegedeeld dat zijn tijdelijke dienstverband niet (nogmaals) wordt verlengd, komt de tijdelijke arbeidsovereenkomst tussen partijen van rechtswege te eindigen. Nog voordat de arbeidsovereenkomst komt te eindigen, ontvangt de werknemer een aanbod om (vrijwel) aansluitend aan zijn aflopende dienstverband in dienst te treden bij een concurrent van de werkgever. Na in kennis te zijn gesteld van dit aanbod weigert de werkgever – gemotiveerd en onder verwijzing naar het tussen partijen overeengekomen concurrentiebeding – de toestemming aan werknemer om voor de concurrent te gaan werken.

Het tussen partijen overeengekomen concurrentiebeding luidt als volgt:

Het is werknemer verboden om binnen een tijdvak van één jaar na het einde van het dienstverband binnen Nederland – ongeacht de wijze waarop en  de redenen waarom het dienstverband tot een einde is gekomen – , direct en/of indirect, een zaak te drijven gelijk(soortig) en/of aanverwant aan die van werkgever, en/of door een aan werkgever gelieerde onderneming en/of een zodanige zaak mede te drijven of te doen drijven en/of daarbij financieel of anderszins belang te hebben en/of daarvoor op enigerlei wijze in dienstbetrekking en/of anderszins tegen vergoeding en/of om niet, werkzaam te zijn, tenzij met voorafgaande uitdrukkelijke en schriftelijke toestemming van werkgever. Aangezien werknemer vanuit zijn functie als Accountmanager in aanmerking komt met zeer vertrouwelijke informatie over werkgever en contact heeft met relaties van het bedrijf en kennis neemt van cijfer, marges, strategieën, prijsafspraken etc., heeft werkgever een zwaarwichtig belang bij het overeenkomen van het hiervoor genoemde concurrentiebeding.

Nadat de kantonrechter zijn vordering (in kort geding) om het concurrentiebeding te schorsen heeft afgewezen verzoekt de werknemer het Hof het concurrentiebeding alsnog te schorsen. Volgens de werknemer heeft de wekgever niet voldaan aan zijn motiveringsplicht en wordt het concurrentiebeding niet noodzakelijk geacht voor de bescherming van zwaarwegende bedrijfs- of dienstbelangen van de werkgever.

Anders dan de werknemer stelt, overweegt het Hof dat het concurrentiebeding geen gestandaardiseerde formulering kent, die onvoldoende is toegesneden op zijn functie. Het concurrentiebeding legt verband tussen de functie van de werknemer en het vergaren van ‘vertrouwelijke gegevens’, welke term tevens voldoende is geconcretiseerd. Op grond van de bepaling is het de werknemer voldoende kenbaar dat hij uit hoofde van zijn functie kennisneemt van concurrentiegevoelige informatie dat ten nadele van de werkgever kan worden gebruikt, als gevolg waarvan de werkgever heeft voldaan aan zijn motiveringsverplichting.

Daarnaast oordeelt het Hof dat het concurrentiebeding noodzakelijk wordt geacht wegens de zwaarwegende bedrijfs- of dienstbelangen van de werkgever. Het Hof overweegt hieromtrent onder meer, dat de werknemer – uit hoofde van zijn functie – verantwoordelijk was voor het behoud en het uitbreiden van klantenrelaties (in welk verband hij contact onderhield met een groot aantal klanten van de werkgever, verspreid over een groot werkgebied, en overzicht had van potentiële klanten van de werkgever) en toegang kreeg tot bedrijfsgevoelige (financiële en strategische) informatie van de werkgever.
Vervolgens overweegt het Hof dat de werkgever en de (potentiële) nieuwe werkgever van de werknemer directe concurrenten van elkaar zijn, die zich op een zogenoemde vechtmarkt met soortgelijke producten richten op dezelfde groep klanten. Het Hof acht het “geenszins denkbeeldig” dat de werknemer na indiensttreding bij een concurrent gebruik maakt van zijn – bij de werkgever verkregen kennis – om diens klanten tot een overstap naar de concurrent te bewegen.

Ook omdat het Hof overweegt, dat de werknemer niet door zijn verplichtingen onder het concurrentiebeding onbillijk wordt benadeeld in het vinden van nieuwe werk, wordt het concurrentiebeding (in volle omvang) in stand gelaten.

Conclusie

Er worden strenge vereisten gesteld aan het concurrentiebeding in een tijdelijke arbeidsovereenkomst. De werkgever moet erop bedacht zijn dat het concurrentiebeding uitdrukkelijk dient te zijn toegesneden op (de aard van) de functie van de werknemer in verhouding tot zijn zwaarwegende bedrijfs- of dienstbelangen, op grond waarvan het de werknemer kenbaar is wat het doel en strekking is van het concurrentbeding. Hoewel de werknemer niet snel zal zijn gebonden aan een concurrentiebeding, is het raadzaam dat de werknemer het concurrentiebeding (ten tijde van ondertekening) kritisch bestudeerd en bespreekt met de werkgever om naderhand (eventueel na rechterlijke toetsing) verrassingen te voorkomen.

N.B.: Andere voorbeelden waarin over (de gelding van) een concurrentiebeding is geoordeeld zijn onder meer ECLI:NL:GHAMS:2016:5166 (beperken wereldwijd concurrentiebeding); ECLI:NL:RBLIM:2016:10587 (onbillijke benadeling werknemer); ECLI:NL:RBROT:2016:9258 (overtreding rechtsgeldig gebleven deel concurrentiebeding)



Niks

Voor meer informatie over de uitspraken of over Van Diepen van der Kroef Advocaten: stuur een email naar mw. mr. Babs Dubois - Van Kleef (Van Diepen Van der Kroef Haarlem, 023 542 42 92).


     Volgende

Sociale Media
    
    
    
HR jurisprudentie
  • Het onderdeel HRM Jurisprudentie wordt verzorgd door Van Diepen Van der Kroef Advocaten (vestigingen Haarlem en Den Haag). Van Diepen Van der Kroef Advocaten is, met ca 130 advocaten, het grootste onafhankelijke advocatenkantoor van Nederland. www.vandiepen.com
HR jurisprudentie - Zoek opties
  • Zoek op woord of zinsdeel in titel of tekst
  • Plots willen heel veel mensen makelaar worden

    Nu de huizenmarkt weer op volle toeren draait, groeit ook het aantal makelaars ARTIKELNu de huizenmarkt in heel Nederland is opgeleefd, klimt ook het makelaarsvak omhoog in de lijst populaire beroepen. De laatste zeven jaar is het aantal zelfstandige makelaars met 10 procent toegenomen, van 8.200 bedrijven in 2010 naar ruim negenduizend nu. Dat maakte het Centraal Bureau voor Statistiek (CBS) maan...