In het arbeidsrecht is sprake van een politieke trend om de uitkeringsduur van de WW verder in te perken tot max. 1 jaar. De gedachte hierachter kan zijn dat iedereen kennelijk binnen dat jaar een nieuwe baan moet hebben gevonden en dat een uitkeringsduur van langer dan 1 jaar mensen sollicitatie-lui maakt.

 

We komen met die uitkeringsduur van héél ver: er was een tijd, dat uitsluitend het arbeidsverleden van de werkloze werknemer bepaalde hoe lang zijn uitkeringsduur er uit zag. Dat liep op tot vijf jaar bij een arbeidsverleden van 40 jaar.
Voor een aantal werklozen destijds betekende dat een uitkering tot aan de pensioenleeftijd.
De uitkering bedroeg 70% van het laatst verdiende loon met een maximum van 70% van telkenjare vastgestelde maximum dagloon.

 

De Werkloosheidswet kent de bepaling dat je pas als werkloos beschouwd wordt wanneer je tenminste 5 uur werk per week verliest óf tenminste 50% van je normale uren.. Dus: verlies je slechts 4 uur per week dan val je niet onder de WW. Daar staat tegenover dat wanneer de werkloze werk vindt als werknemer voor minder dan 5 uur per week én voor minder dan de helft van zijn normale uren de WW-uitkering gekort wordt met 70% van wat met dat werk wordt verdiend.  Een slimme werkloze die ergens ´n parttime baantje weet te vinden zal dus altijd van zijn baas  verlangen dat hij in elk geval méér dan 5 uur werk per week gaat verrichten.

In mijn lessen nam ik vaak het voorbeeld van twee ontslagen accountants die beide een parttime baantje vonden , terwijl hun WW uitkering 70% van het dagloon van € 135 bedroeg ( = € 94.50 per dag, of bijna € 12 per uur en € 472.50/week)

De ene werkloze, A,  ging 4 uur per week werken voor € 150/uur, de ander, B, verlangde 6 werkuren tegen € 100/uur. B verliest volgens de wet 6 uur per week van zijn WW uitkering; A  verliest 70% van wat hij wekelijks verdiende:
 

                                                          A                                                         B

WW uitkering  per week                   472.50                                                472.50

+ verdienste parttime 4 X 150        600.==    6 X 100                               600.00

                                                ————-                                     ————

totaal inkomen                               1.072.50                                             1.072.50                                     

Aftrek 70% van 4X € 150                  420.==  aftrek 6 uur WW                       72.==

                                               ————                                        ———–

Zij houden wekelijks over                652.50                                               1.000.==

 

Het zal niemand verbazen dat geen werkloze onder deze omstandigheden een baantje van minder dan 5 uur zal toejuichen!

 

En nu dan weer een merkwaardige, maar gelukkig nog niet aanvaarde, beperking van de uitkering tot max. 1 jaar,  waarover we zeker meer zullen gaan horen in de loop van dit en van volgend jaar.

Deze politieke trend houdt geen rekening met de harde werkelijkheid van de massa’s vruchteloze sollicitaties van 40+ werklozen naar wiens situatie kennelijk geen onderzoek heeft plaats gevonden. De massa ervan slaagt er niet in binnen ’n jaar nieuw werk te vinden, omdat werkgevers deze leeftijdsgroep niet binnen wenst te halen. Mijns inziens puur op basis van een onterecht vooroordeel.

Zou het parlement het voorstel om bezuinigingsredenen of vanuit de illusie dat iedereen binnen ’n jaar wel werk zal vinden  aanvaarden,  dan doen onze volksvertegenwoordigers het leger werklozen ernstig tekort!

 

Hieraan gekoppeld past dan ook stelling 1: 
“Een wijziging van de WW mag eerst ter discussie komen nadat gedegen onderzoek naar uitvoering van die wet in  de praktijk en naar een oplossing voor de oudere werklozen heeft plaats gevonden”.

 

WW-gerechtigden zullen jaloers raken wanneer ze in de pers lezen over de duur van de wachtgeldregeling voor ex-politici. Deze loopt op tot wel 15  jaar,  ongeacht de vraag of  de beëindiging al dan niet aan de betrokkene verwijtbaar is.  Van enige sollicitatiedrang is bij de meesten dus totaal geen sprake. En wat rechtvaardigt deze discriminatie van de gewone werkloze? Het valt niet te verdedigen, tenzij met het argument dat een ontslagen politicus als een besmettelijke ziekte buiten de deur moet worden gehouden. In de praktijk blijkt dat alleszins mee te vallen.

 

Dat rechtvaardigt stelling nr. 2: 
“De duur van wachtgelduitkeringen mag niet langer zijn dan van WW-uitkeringen in vergelijkbare gevallen wat betreft arbeidsduur, leeftijd en verwijtbaarheid van de beeindiging van de loopbaan” 

 

 

———————————————————————————————-
 


John Smeur is sinds januari 2001 docent aan de Hogeschool Windesheim in juridische en bedrijfseconomische vakken. Arbeidsrecht is zijn specialisme.
Daarvoor heeft hij, na zijn rechtenstudie, 30 jaar in het bedrijfsleven gewerkt, zowel juridisch als commercieel.