Of hoe de  angst nog steeds regeert

 

Daar sta je dan. Je denkt dat je de prachtigste gewaden aan hebt, waar lang aan is gewerkt, je draait rond, je pronkt en…. je staat te kijk voor het hele volk. Zelf heb je al langer het gevoel dat het niet klopt, dat het letterlijk niets om het lijf heeft, wat je aan hebt. Je hebt al een paar keer iemand gevraagd of het er mooi uitziet, ergens vertrouw je het al niet. Maar al je trouwste raadgevers durven de waarheid al niet meer te zeggen, ook zij willen niet toegeven dat ze iets niet zien, wie weet worden ze immers voor dom en onwetend versleten! Voor jou is toegeven aan dat gevoel al te laat, je hebt het gevoel dat je niet meer terug kan. Want waar naar toe? Dat gezichtsverlies. Toegeven dat je iets niet snapt, niet weet, dat is het ergste dat er is. En dan prikt uitgerekend een klein kind, een onwetende, de ballon door. “Hij heeft niets aan!” En dan durft iedereen te zeggen, wat hij eigenlijk al die tijd al dacht: “Hij heeft niets aan!” Aldus het overbekende sprookje over de nieuwe kleren van de keizer van Hans Christiaan Andersen.

 

Aan dit sprookje moest ik denken toen ik een paar managers sprak, werkend op hoog niveau in een organisatie. Op een plek waar ze zichtbaar zijn voor anderen, waar mensen tegen ze op kijken, waar ze een voorbeeldfunctie hebben. Ik sprak ze over hun angst om op die positie te staan, op een positie waarin ze zich wat wankel voelen en eigenlijk niet zoveel meer durven. De schijn hoog houden, mooie kleren aan doen, flink salaris met goed arbeidsvoorwaarden. Goede kunstjes laten zien en uitvoeren, hard werken, lange dagen maken. Maar als je goed kijkt…Niemand mag weten dat je bang bent. Bang om van je voetstuk te vallen. Want wat heb je veel te verliezen. Niet durven toe geven dat je het ook niet altijd weet. Niet willen toegeven dat deze positie niet altijd brengt wat je ervan denkt en dat het soms best eenzaam voelt. Want echt om raad vragen, dat doe je niet, dat is immers  “not done”. En er is inmiddels ook een soort wantrouwen ontstaan over de antwoorden die je krijgt. Zijn mensen wel eerlijk tegen me?

 

Het klinkt als een eenzaam bestaan. “Om hulp vragen is een zwaktebod en daarmee daal je in aanzien en status” is een belemmerende overtuiging die ik vaak tegen kom. Het lijkt een patstelling waarbij ik gelukkig ook managers heb meegemaakt die zichzelf eens goed in de spiegel bekijken en met gezonde zelfrelativering tegen zichzelf zeggen: “Ik kies zelf mijn kleren uit, vraag aan mensen die ik vertrouw hoe ze staan en laat ze pas zien aan de rest van de organisatie als ik er zelf echt achter sta.”  Ze geven toe dat ze het ook niet weten, dat het af en toe eenzaam is en ze durven soms ook echt andere keuzes te maken. Want stiekem is het bijvoorbeeld ook best fijn om eens op tijd te zijn om de kinderen van school te halen, te koken en met je gezin mee te eten.  Maar dat vraagt wel lef. Lef om je nek uit te steken, jezelf te durven laten zien. Want stelt het nu echt wel wat voor wat ik kan en doe? Die angst tegemoet treden is een spannende uitdaging.

 

Het sprookje van Andersen kent ook nog een moderne versie van Roald Dahl. In die versie kijkt de keizer niet, hij luistert niet en hij handelt niet naar zijn intuïtie dat het niet klopt wat hij doet, hoe hij zich gedraagt. Sterker nog, alle reacties negeert en aan het eind van het verhaal zelfs lekker gaat skiën in zijn adamskostuum en uiteindelijk bevriest. Tja, de moraal van dat verhaal mag je zelf verzinnen.

 

 

""

Nicolette Kat is zelfstandig HRD-consultant en personal coach. Haar nieuwsgierigheid en verbazing over wat ze in haar werk tegenkomt schrijft ze van zich af in columns, artikelen en boeken. Voor meer informatie:

www.katconsult.nl