Een tijdje terug stond ik Annemarie bij, een 37-jarige hypotheekadviseur die werkte bij een klein hypotheekadvieskantoor. Door structurele omzetvermindering was haar werkgever genoodzaakt een
aantal adviseurs te ontslaan, onder wie Annemarie. In de ontslagaanvraag bij het UWV voerde de werkgever aan dat Annemarie een unieke functie vervulde die qua functieinhoud niet uitwisselbaar was met andere functies binnen de vestiging. Annemarie was het hier niet mee eens. Ze kon namelijk aantonen dat haar werkzaamheden niet verschilden van die van de andere adviseurs. Dat betekende dat niet Annemarie, maar haar collega Stefan* als eerste voor ontslag in aanmerking kwam. Stefan was namelijk even oud als Annemarie, maar korter in dienst. Het UWV stelde Annemarie in het gelijk en gaf geen toestemming voor het ontslag. Annemarie was opgelucht dat zij mocht blijven. Ook Stefan mocht blijven; voor hem was immers geen ontslag aangevraagd.

Het komt op dit moment veel voor. Door de economische crisis moeten veel werkgevers fors bezuinigen op de personeelskosten. Met gedwongen ontslagen tot gevolg. Maar de praktijk leert dat werknemers niet altijd aan het kortste eind hoeven te trekken. De zaak van Annemarie is daarvan een mooi voorbeeld. Ook de volgende zaak toont aan dat je je niet te snel gewonnen moet geven.

Hans* was een 59-jarige ingenieur die al meer dan 25 jaar in dienst was bij een bouwtechnisch adviesbureau. Zoals veel bedrijven in de bouwsec-or had ook dit bedrijf te maken met teruggelopen werkzaamheden als gevolg van de economische crisis. Om die reden had de werkgever een aantal werknemers een vertrekregeling aangeboden. De meeste werknemers waren op dit aanbod ingegaan. Maar
Hans niet. Hij voelde er niets voor om met vroegpensioen te gaan en had daarom geweigerd de overeenkomst te tekenen. Zijn werkgever was daarop naar de kantonrechter gestapt met het verzoek de
arbeidsovereenkomst op bedrijfseconomische gronden te ontbinden. Hans vroeg mij hem bij te staan in deze procedure.


Namens Hans voerde ik onder meer aan dat niet al het werk kwam te vervallen, dat de werkgever verwachtte dat het werk over enkele maanden weer zou aantrekkenen dat de werkgever het beschikbare werk wilde laten uitvoeren door oproepkrachten. De kantonrechter ging hierin mee en wees het ontbindingsverzoek af. Volgens de kantonrechter had de werkgever niet aannemelijk gemaakt dat hij
totaal geen werk meer had voor Hans en zijn collega's. Het kan dan niet zo zijn dat een werk-nemer met een dienstverband van ruim 25 jaar het veld moet ruimen voor een oproepkracht. Hans was uiteraard
blij met de uitspraak: voorlopig hoefde hij geen uitkering aan te vragen. En zijn werkgever? Die ging snel op zoek naar nieuwe opdrachten.

Door Martijn de Beijer, jurist DAS. Eerder gepubliceerd in de Telegraaf
www.das.nl