Vanaf 1 januari 2006 is het mogelijk voor werknemers om gebruik te maken van de levensloopregeling. Dit houdt in dat er belastingvriendelijk geld opzij gezet kan worden voor (tussentijds) verlof. Dit verlof kan gebruikt worden voor verschillende doeleinden. Bijvoorbeeld voor kinderen of zieke ouders, een sabbatical of studieverlof. Een werknemer mag maximaal 12% van zijn jaarsalaris gebruiken voor deze levensloop-regeling. Ook is het mogelijk om vakantie- en adv-dagen om te zetten in geld en zo te gebruiken voor de levensloopregeling. Er is echter wel een maximum verbonden aan het te sparen bedrag. Dit mag niet meer bedragen dan twee jaarsalarissen. Voor opnemen van verlof heeft de werknemer toestemming nodig van de werkgever.