De vertrouwenspersonen die zijn aangesloten bij de Landelijke Vereniging van Vertrouwenspersonen (LVV) zien dat minder dan een vijfde van de melders van ongewenst seksueel gedrag overgaat tot vervolgstappen. Dit blijkt uit een actuele peiling onder 300 leden van de vereniging. Zij zijn werkzaam in/voor bedrijfsleven, onderwijs, zorg en overheid. De uitkomsten zijn voor de LVV aanleiding om de nieuwe minister van Sociale Zaken te vragen om organisaties te verplichten een vertrouwenspersoon aan te stellen en de positie van vertrouwenspersonen wettelijk te regelen. Zo wordt gewaarborgd dat melders van ongewenst seksueel gedrag zich veilig(er) voelen en meer dan tot nu toe  overgaan tot het nemen van vervolgstappen.   

Uit de peiling blijkt dat de melder veelal een goede (werk)relatie heeft tot de dader, die meer dan eens de leidinggevende is. Een machtspositie blijkt vaak te leiden tot ongewenst gedrag. De melders zijn zeer terughoudend en zelfs bang om vervolgstappen te nemen. Angst om baan te verliezen (67%), schaamte (66%) en angst om niet geloofd te worden (65%) zijn de belangrijkste redenen.

Leo ten Brink, voorzitter van de LVV: “We zijn niet echt verbaasd door de uitkomsten maar deze zijn nog slechter dan gedacht. Na de #MeToo-uitingen op sociale media hebben we onze leden gevraagd hoeveel meldingen te maken hebben met seksueel gedrag. Dat slechts 1 op de 5 melders overgaat tot vervolgstappen is schokkend te noemen. De drempel is dus erg hoog. Medewerkers hebben recht op een veilige werkomgeving waar beleid tegen ongewenst gedrag wordt gevoerd én gehandhaafd en waar een deskundige medewerker (vertrouwenspersoon) aanwezig is tot wie zij zich kunnen wenden. Een werkomgeving waar medewerkers niet bang hoeven te zijn, maar juist  gemotiveerd worden om over te gaan tot vervolgstappen. Dat zorgt voor een snellere aanpak en voorkomt dat daders hun gedrag kunnen herhalen. Een vertrouwenspersoon verlaagt de drempel voor het slachtoffer zich te melden en beinvloedt het klimaat op de werkvloer. Maar wat ik vooral zorgelijk vind is dat er veelal sprake is van misbruik van de machtssituatie tussen veroorzaker en betrokkene. Het is werkelijk ongelooflijk dat leidinggevenden menen zich dergelijk gedrag te kunnen permitteren, terwijl ze juist moeten zorgen voor veiligheid en een voorbeeldfunctie hierin hebben. Zeker als het ook nog eens tot gevolg heeft dat melders geen verdere acties ondernemen uit angst voor ontslag of voor de reactie van collega’s.”

Hij vervolgt: “We hebben het al eerder gezegd. Het is nu tijd voor actie. Organisaties en ondernemingen met meer dan 50 medewerkers moeten verplicht worden een of meer vertrouwenspersonen aan te stellen. Voorts moet er een wettelijke bescherming komen voor vertrouwenspersonen om autonoom te kunnen functioneren. Een vertrouwenspersoon heeft niet alleen te maken met seksuele intimidatie, maar ook met intimidatie zonder seksuele connotatie, pesten en discriminatie op de werkvloer.  We roepen de nieuwe minister van Sociale Zaken op werk te maken van deze problematiek. Laten we samen zorgen dat er een veilige(r) werkomgeving ontstaat voor iedereen en dat melders door inschakeling van de vertrouwenspersoon een luisterend oor krijgen van iemand die aan hun zijde staat en hen kan adviseren. Dat is niet te veel gevraagd.”