Nederland kent een gesloten stelsel van ontslagrecht, hetgeen betekent dat de wet in een limitatief aantal mogelijkheden voorziet om tot de beëindiging van een arbeidsovereenkomst te komen. De mogelijkheden zijn: (1) van rechtswege wanneer de tijd is verstreken bij overeenkomst, bij de wet of door het gebruik aangegeven, (2) opzegging, (3) ontbinding door de kantonrechter en (4) een beëindigingsovereenkomst.

 

In 1992 besliste de Hoge Raad dat een arbeidsovereenkomst (ook) een einde kan nemen door het intreden van een ontbindende voorwaarde. Een ontbindende voorwaarde heeft tot doel het dienstverband van rechtswege te doen eindigen in het geval dat de betreffende voorwaarde – een toekomstige onzekere gebeurtenis – intreedt. Het gevolg van het intreden van de ontbindende voorwaarde is dat de werknemer geen ontslagbescherming geniet: er vindt geen preventieve ontslagtoets plaats door het UWV of de kantonrechter; de werknemer kan geen aanspraak maken op een vergoeding wegens kennelijk onredelijk ontslag of een ontbindingsvergoeding; en bovendien is er geen opzegtermijn van toepassing.

 

Of een in de arbeidsovereenkomst opgenomen ontbindende voorwaarde rechtsgeldig is, zal van geval tot geval moeten worden beoordeeld, waarbij vereist is dat (1) de ontbindende voorwaarde past binnen het gesloten stelsel van ontslagrecht en (2) dat het intreden van de voorwaarde objectief bepaalbaar is en niet afhankelijk van de wil of subjectieve waardering van de werkgever.

 

Feiten

In onderhavige zaak is werkneemster op 1 juni 2000 voor onbepaalde tijd bij HTM in dienst getreden. De arbeidsovereenkomst is tot stand gekomen op basis van de toenmalige Regeling in- en doorstroombanen voor langdurig werklozen (hierna: de ID-regeling). Deze ID-regeling hield in dat werkgevers subsidie konden ontvangen van de gemeente voor het scheppen van een arbeidsplaats en het in dienst nemen van een langdurige werkloze. De subsidie bestond uit een vergoeding voor de daarmee gemoeide kosten, waaronder de loonkosten. 

 

In de aanstellingsbrief van HTM aan werkneemster, die door werkneemster voor akkoord is getekend, is vermeld: "De arbeidsovereenkomst eindigt van rechtswege in het geval en op het moment dat de loonkostensubsidie ten behoeve van u eindigt of vermindert door wijziging of intrekking van de ID-regeling of van latere regelingen ter vervanging van genoemde regeling." 

Bij brief van 27 september 2004 heeft HTM werkneemster medegedeeld dat de overheid besloten had om de ID-regeling per 1 januari 2009 te beëindigen en dat daardoor de arbeidsovereenkomst met haar per die datum zal eindigen.

 

De ID-regeling is per 1 januari 2009 daadwerkelijk door de gemeente beëindigd. Op grond daarvan heeft HTM per die datum de salarisbetaling aan werkneemster gestaakt, zich op het standpunt stellend dat de arbeidsovereenkomst van rechtswege was geëindigd door het in vervulling gaan van de hiervoor geciteerde ontbindende voorwaarde.