Werknemer is op 1 september 2009 voor onbepaalde tijd bij werkgever in dienst gekomen in de functie van schoonmaker. Werkgever exploiteert een eenmanszaak in de schoonmaakbranche. Op 19 juli 2011 wordt werknemer op staande voet ontslagen. Werkgever meent dat het ontslag op staande voet reeds op 7 juni 2011 was gegeven en op 19 juli 2011 schriftelijk vastgelegd.

 

Tijdens controles op de naleving van de Wet arbeid vreemdelingen op 26 mei 2011 en 7 juni 2011, heeft de Inspectie SZW vastgesteld dat zich in de personeelsadministratie van werkgever een valse Nederlandse identiteitskaart van werknemer bevond. Daarnaast is tijdens dat onderzoek komen vast te staan dat werknemer niet over de Nederlandse nationaliteit beschikte, noch over een geldig Nederlands verblijfsdocument. Werkgever beschikte derhalve ten onrechte niet over een (in dat geval vereiste) geldige tewerkstellingsvergunning voor werknemer.

 

Bij brief van 19 juli 2011 bericht werkgever aan werknemer dat hij per 7 juni 2011 op staande voet is ontslagen, nu vernomen is dat hij illegaal in Nederland verblijft. Vanaf 1 juni 2011 heeft werknemer geen loon meer ontvangen, vanaf 7 juni 2011 heeft hij ook niet meer voor werkgever gewerkt. Op 12 augustus 2011 roept de gemachtigde van werknemer de nietigheid van het ontslag in, werknemer houdt zich beschikbaar voor werk en maakt aanspraak op zijn loon. Op verzoek van werkgever heeft de kantonrechter (bij beschikking van 1 juni 2012) de arbeidsovereenkomst voor zover deze nog zou bestaan ontbonden zonder toekenning van een vergoeding. 

 

Werkgever krijgt van de Inspectie SZW een tweetal boetes opgelegd, een van € 8.000,- en een van € 1.500,-.

 

Vordering en verweer

Werknemer vordert onder meer een verklaring voor recht dat het ontslag nietig is, werkgever te veroordelen tot betaling van achterstallig loon tot en met 19 juli 2011 met wettelijke verhoging, wettelijke rente en vergoeding voor niet opgenomen vakantiedagen, alsmede doorbetaling van loon met wettelijke verhoging en wettelijke rente totdat de arbeidsovereenkomst rechtsgeldig is geëindigd.

 

Werkgever vordert van werknemer vergoeding van de kosten van de opgelegde boetes.

 

Oordeel kantonrechter

De kantonrechter overweegt dat het ontbreken van een tewerkstellingsvergunning voor risico van de werkgever komt en geen dringende reden oplevert voor ontslag op staande voet. Bovendien is niet gebleken dat het ontslag onverwijld is gegeven nu niet is komen vast te staan dat het schriftelijk bevestigde ontslag reeds op 7 juni 2011 mondeling is gegeven. De kantonrechter matigt de loonvordering tot het loon en de vakantietoeslag die tot 1 januari 2012 verschuldigd zou zijn en veroordeelt werkgever tot betaling daarvan, vermeerderd met 10% wettelijke verhoging en wettelijke rente, achterstallig vakantiegeld en vergoeding van tot 1 januari 2012 niet genoten vakantiedagen. De kantonrechter wijst de vordering van werkgever af, nu de overtreden norm zich richt tot de werkgever en niet tot de werknemer.

 

Vordering in hoger beroep

Werkgever stelt hoger beroep in van het vonnis van de kantonrechter. Werkgever stelt, kort gezegd, dat het ontslag op staande voet wel degelijk rechtsgeldig is gegeven en komt op tegen het oordeel dat zij gehouden is tot doorbetaling van loon, terwijl haar is verboden werknemer werkzaamheden te laten vervullen. Verder is werkgever van mening ten onrechte veroordeeld te zijn het loon door te betalen, vakantiedagen te vergoeden en zou haar vordering jegens werknemer ten onrechte zijn afgewezen. 

 

Oordeel gerechtshof

Het gerechtshof oordeelt dat werkgever niet heeft voldaan aan haar processuele verplichtingen om bewijs te leveren van de onverwijldheid van het ontslag op staande voet op 7 juni 2011, zodat de ontslagdatum wordt gehouden op 11 juli 2011. Daarbij overweegt het gerechtshof verder dat het enkele feit dat een werknemer, die al geruime tijd voor een werkgever werkzaam is, illegaal in Nederland verblijft, geen ontslag op staande voet rechtvaardigt. Saillant detail is dat werkgever aan het ontslag niet ten grondslag heeft gelegd dat werknemer haar valse papieren heeft verstrekt en heeft verzwegen dat hij illegaal was, zodat dit in de procedure ook niet kan meewegen bij de beoordeling van de vraag of het ontslag op staande voet gerechtvaardigd was. De arbeidsverhouding is derhalve tot de ontbinding op 1 juni 2012 blijven voortbestaan. Echter, aldus het gerechtshof, hiermee is niet gegeven dat werknemer ook tot die datum loon toekomt. Het gerechtshof oordeelt dat, alhoewel de norm van de Wav zich richt tot de werkgever, werknemer wist dat hij niet legaal in Nederland verbleef en ook geen geldig identiteitsdocument kon laten zijn waarmee hij kon aantonen dat een tewerkstellingsvergunning niet nodig was. Onder deze omstandigheden kom het ontbreken van de vergunning voor rekening van werknemer, wat met zich brengt dat werkgever geen loon behoeft te betalen over de dagen waarop na 7 juni 2011 niet door werknemer is gewerkt. Werkgever dient slechts loon te betalen over de periode van 1 tot en met 7 juni 2011, alsmede een vergoeding voor de over die periode opgebouwde maar niet genoten vakantiedagen. Ten aanzien van de vordering van werkgever jegens werknemer overweegt het gerechtshof dat de schade die werkgever door het handelen van werknemer lijdt, niet het gevolg is van diens opzet of bewuste roekeloosheid. Niet is immers gebleken dat werknemer het vooropgezette plan had om zijn werkgever voor de boetes op te laWerknemer is op 1 september 2009 voor onbepaalde tijd bij werkgever in dienst gekomen in de functie van schoonmaker. Werkgever exploiteert een eenmanszaak in de schoonmaakbranche. Op 19 juli 2011 wordt werknemer op staande voet ontslagen. Werkgever meent dat het ontslag op staande voet reeds op 7 juni 2011 was gegeven en op 19 juli 2011 schriftelijk vastgelegd.

 

 

Tijdens controles op de naleving van de Wet arbeid vreemdelingen op 26 mei 2011 en 7 juni 2011, heeft de Inspectie SZW vastgesteld dat zich in de personeelsadministratie van werkgever een valse Nederlandse identiteitskaart van werknemer bevond. Daarnaast is tijdens dat onderzoek komen vast te staan dat werknemer niet over de Nederlandse nationaliteit beschikte, noch over een geldig Nederlands verblijfsdocument. Werkgever beschikte derhalve ten onrechte niet over een (in dat geval vereiste) geldige tewerkstellingsvergunning voor werknemer.

 

Bij brief van 19 juli 2011 bericht werkgever aan werknemer dat hij per 7 juni 2011 op staande voet is ontslagen, nu vernomen is dat hij illegaal in Nederland verblijft. Vanaf 1 juni 2011 heeft werknemer geen loon meer ontvangen, vanaf 7 juni 2011 heeft hij ook niet meer voor werkgever gewerkt. Op 12 augustus 2011 roept de gemachtigde van werknemer de nietigheid van het ontslag in, werknemer houdt zich beschikbaar voor werk en maakt aanspraak op zijn loon. Op verzoek van werkgever heeft de kantonrechter (bij beschikking van 1 juni 2012) de arbeidsovereenkomst voor zover deze nog zou bestaan ontbonden zonder toekenning van een vergoeding. 

 

Werkgever krijgt van de Inspectie SZW een tweetal boetes opgelegd, een van € 8.000,- en een van € 1.500,-.

 

Vordering en verweer

Werknemer vordert onder meer een verklaring voor recht dat het ontslag nietig is, werkgever te veroordelen tot betaling van achterstallig loon tot en met 19 juli 2011 met wettelijke verhoging, wettelijke rente en vergoeding voor niet opgenomen vakantiedagen, alsmede doorbetaling van loon met wettelijke verhoging en wettelijke rente totdat de arbeidsovereenkomst rechtsgeldig is geëindigd.

 

Werkgever vordert van werknemer vergoeding van de kosten van de opgelegde boetes.

 

Oordeel kantonrechter

De kantonrechter overweegt dat het ontbreken van een tewerkstellingsvergunning voor risico van de werkgever komt en geen dringende reden oplevert voor ontslag op staande voet. Bovendien is niet gebleken dat het ontslag onverwijld is gegeven nu niet is komen vast te staan dat het schriftelijk bevestigde ontslag reeds op 7 juni 2011 mondeling is gegeven. De kantonrechter matigt de loonvordering tot het loon en de vakantietoeslag die tot 1 januari 2012 verschuldigd zou zijn en veroordeelt werkgever tot betaling daarvan, vermeerderd met 10% wettelijke verhoging en wettelijke rente, achterstallig vakantiegeld en vergoeding van tot 1 januari 2012 niet genoten vakantiedagen. De kantonrechter wijst de vordering van werkgever af, nu de overtreden norm zich richt tot de werkgever en niet tot de werknemer.

 

Vordering in hoger beroep

Werkgever stelt hoger beroep in van het vonnis van de kantonrechter. Werkgever stelt, kort gezegd, dat het ontslag op staande voet wel degelijk rechtsgeldig is gegeven en komt op tegen het oordeel dat zij gehouden is tot doorbetaling van loon, terwijl haar is verboden werknemer werkzaamheden te laten vervullen. Verder is werkgever van mening ten onrechte veroordeeld te zijn het loon door te betalen, vakantiedagen te vergoeden en zou haar vordering jegens werknemer ten onrechte zijn afgewezen. 

 

Oordeel gerechtshof

 

Het gerechtshof oordeelt dat werkgever niet heeft voldaan aan haar processuele verplichtingen om bewijs te leveren van de onverwijldheid van het ontslag op staande voet op 7 juni 2011, zodat de ontslagdatum wordt gehouden op 11 juli 2011. Daarbij overweegt het gerechtshof verder dat het enkele feit dat een werknemer, die al geruime tijd voor een werkgever werkzaam is, illegaal in Nederland verblijft, geen ontslag op staande voet rechtvaardigt. Saillant detail is dat werkgever aan het ontslag niet ten grondslag heeft gelegd dat werknemer haar valse papieren heeft verstrekt en heeft verzwegen dat hij illegaal was, zodat dit in de procedure ook niet kan meewegen bij de beoordeling van de vraag of het ontslag op staande voet gerechtvaardigd was. De arbeidsverhouding is derhalve tot de ontbinding op 1 juni 2012 blijven voortbestaan. Echter, aldus het gerechtshof, hiermee is niet gegeven dat werknemer ook tot die datum loon toekomt. Het gerechtshof oordeelt dat, alhoewel de norm van de Wav zich richt tot de werkgever, werknemer wist dat hij niet legaal in Nederland verbleef en ook geen geldig identiteitsdocument kon laten zijn waarmee hij kon aantonen dat een tewerkstellingsvergunning niet nodig was. Onder deze omstandigheden kom het ontbreken van de vergunning voor rekening van werknemer, wat met zich brengt dat werkgever geen loon behoeft te betalen over de dagen waarop na 7 juni 2011 niet door werknemer is gewerkt. Werkgever dient slechts loon te betalen over de periode van 1 tot en met 7 juni 2011, alsmede een vergoeding voor de over die periode opgebouwde maar niet genoten vakantiedagen. Ten aanzien van de vordering van werkgever jegens werknemer overweegt het gerechtshof dat de schade die werkgever door het handelen van werknemer lijdt, niet het gevolg is van diens opzet of bewuste roekeloosheid. Niet is immers gebleken dat werknemer het vooropgezette plan had om zijn werkgever voor de boetes op te laten draaien. Het gerechtshof vernietigt het vonnis van de kantonrechter gedeeltelijk, beperkt de toewijzing van de loonvordering, en bekrachtigt deze vervolgens onder verbetering van de gronden.   ten draaien. Het gerechtshof vernietigt het vonnis van de kantonrechter gedeeltelijk, beperkt de toewijzing van de loonvordering, en bekrachtigt deze vervolgens onder verbetering van de gronden.