In de zaak die onlangs voor de kantonrechter Rotterdam speelde, verzocht de werkgever ontbinding van de arbeidsovereenkomst met een zieke werkneemster met als reden dat werkneemster herhaaldelijk niet haar re-integratieverplichtingen en controle voorschriften tijdens ziekte zou naleven.

 

Juridisch kader

Uitgangspunt is dat gedurende de eerste twee ziekte jaren van een werknemer een opzegverbod geldt, waarvan ook de kantonrechter zich dient te vergewissen. In artikel 7:670b BW is bepaald dat dit opzegverbod niet geldt indien sprake is van een dringende reden of indien de zieke werknemer zonder een deugdelijke grond niet voldoet aan redelijke voorschriften en maatregelen gericht op de re-integratie dan wel passende arbeid weigert. In dat kader heeft de Hoge Raad bepaald dat het enkel niet naleven van voorschriften echter nog geen ontslag rechtvaardigt. Indien een werknemer tijdens ziekte voorschriften niet naleeft, is in de wet geregeld dat de werkgever de mogelijkheid heeft om de werknemer een loonsanctie op te leggen. Bij schending van re-integratieverplichtingen kan de werkgever het loon stopzetten (artikel 7:629 lid 3 BW) en bij het niet opvolgen van controlevoorschriften kan de werkgever het loon opschorten (artikel 7:629 lid 6 BW). De Hoge Raad heeft bepaald dat dit echter niet uitsluit dat indien de niet-naleving van de voorschriften gepaard gaan met andere feiten of omstandigheden, het met zich mee kan brengen dat sprake is van een dringende reden voor ontslag.

 

De kantonrechter Rotterdam diende zich in deze zaak uit te laten over de vraag of sprake was van feiten en omstandigheden die dermate ernstig zijn dat sprake is van een dringende reden die een ontbinding van de arbeidsovereenkomst rechtvaardigt.