Voor werknemers geldt een wettelijke opzegtermijn van één maand. De wettelijke opzegtermijn voor werkgevers is in geval van een dienstverband korter dan 5 jaar één maand, van 5 tot 10 jaar twee maanden, van 10 tot 15 jaar drie maanden en vanaf 15 jaar vier maanden.

 

Van de wettelijke opzegtermijn voor werknemers kan schriftelijk worden afgeweken. De termijn van opzegging voor de werknemer mag bij verlenging echter niet langer zijn dan zes maanden en voor de werkgever niet korter dan het dubbele van die voor de werknemer. Met andere woorden, in de arbeidsovereenkomst kan bijvoorbeeld worden bepaald dat de opzegtermijn van de werknemer twee maanden is. In dat geval dient de werkgever een opzegtermijn van vier maanden (‘het dubbele’) in acht te nemen.

 

De verlenging van de opzegtermijn voor de werknemer dient schriftelijk te worden vastgelegd. De vraag is echter of de ‘dubbele’ opzegtermijn van de werkgever ook schriftelijk moet worden vastgelegd, en zo ja, wat het gevolg is als dit niet is gebeurd.

 

Op 11 maart 2014 heeft het gerechtshof ’s-Hertogenbosch deze vragen beantwoord.