Eiseres, Aquaserva Group B.V., stelt in kort geding dat werknemer in strijd handelt met het in de arbeidsovereenkomst overeengekomen concurrentiebeding en boetes verbeurt. Aquaserva vordert werknemer te veroordelen zijn werkzaamheden bij de concurrerende organisatie te staken en tot nakoming van het met hem overeengekomen concurrentie-/relatie-/geheimhoudingsbeding van 30 december 2010.      

 

Feiten

Aquaserva is een landelijk opererende onderneming die zich toelegt op het verrichten van diensten op het gebied van veilig beheer van technische installaties in gebouwen en woningen. Aquaserva adviseert haar klanten over hoe ze efficiënt met hun installaties kunnen omgaan, met name gericht op water- en energiebesparing. Werknemer is op 1 juni 2008 in dienst getreden bij Aquaserva als (junior) technisch adviseur. Tijdens het dienstverband heeft werknemer gewerkt voor het Centraal orgaan Opvang Asielzoekers (hierna: COA). De arbeidsovereenkomst tussen partijen is geëindigd op 1 februari 2014. Per die datum is werknemer in dienst getreden van Amned in de functie van projectleider. Belle Holding is mede-aandeelhouder en bestuurder van Amned. Op 4 april 2014 heeft het COA na een Europese aanbesteding- waaraan ook Aquaserva deelnam – het perceel legionellapreventie (voorlopig) gegund aan de combinatie CAG Consult Air Group/Amned. Belle Holding is enig aandeelhouder en bestuurder van CAG Consult Air Group. Aquaserva wijst werknemer op 8 augustus 2014 per brief op de postcontractuele verplichtingen uit zijn arbeidsovereenkomst en sommeert hem om onmiddellijk zijn werkzaamheden te staken. Werknemer geeft daarop aan niet te weten wat Aquaserva bedoelt en verzoekt om een kopie van de arbeidsovereenkomst waaraan Aquaserva refereert.     

 

Standpunten Aquaserva

Aquaserva is op 30 december 2010 door middel van een arbeidsovereenkomst een non-concurrentie-/relatie-/geheimhoudingsbeding met werknemer overeengekomen. Door bij Amned in dienst te treden heeft werknemer zowel het non-concurrentie- als het relatiebeding overtreden.

 

Bij afweging van de wederzijdse belangen dient het belang van Aquaserva zwaarder te wegen dan het belang van werknemer.

 

Standpunten werknemer

Werknemer kan zich niet herinneren dat hij op 30 december 2010 een (nieuwe) arbeidsovereenkomst heeft getekend. Hij beschikt slechts over een arbeidsovereenkomst die hij bij aanvang van zijn dienstverband heeft gesloten, waarin slechts een geheimhoudingsbeding is opgenomen. Werknemer betwist ook dat hij eind 2010 is gewezen op de aard en strekking van de verzwaarde bedingen. Tevens wijkt de handtekening op de overeenkomst van 31 december 2010 af van de handtekening op zijn rijbewijs.

  

Kantonrechter

Naar het oordeel van de kantonrechter betreft het belangrijkst geschil tussen partijen de status van het non-concurrentiebeding, zoals omschreven in artikel 9.2 van de arbeidsovereenkomst van 30 december 2010. Uit dit beding volgt dat werknemer tot 1 februari 2015 – kort gezegd – niet bij een werkgever in dienst mag treden die een zaak drijft, gelijksoortig of aanverwant aan Aquaserva.

 

Gelet op de beschrijving in het handelsregister van de bedrijfsactiviteiten van Aquserva en Amned kan, naar het voorlopig oordeel van de kantonrechter, weliswaar niet in strikte zin worden gesproken van gelijksoortige of aanverwante bedrijfsactiviteiten, maar in de feitelijke bedrijfsuitoefening zijn zij dat wel. Beide bedrijven – Aquaserva en Amned (in combinatie met CAG)– hebben ook ieder afzonderlijk ingeschreven op de openbare aanbesteding inzake de legionellabestrijding van de CAO, welke aanbesteding ten gunste is uitgevallen van Amned/CAG. In die zin zijn Aquaserva en Amned dan ook niet alleen gelijksoortig wat betreft hun bedrijfsactiviteiten, maar ook elkaars concurrenten. Onverkorte toepassing van het non-concurrentiebeding zou het oordeel rechtvaardigen dat werknemer tot 1 februari 2015 niet bij Amned in dienst mag treden en ook niet had mogen treden. De kantonrechter oordeelt desalniettemin anders. Het volgende acht de kantonrechter daartoe redengevend.

 

Werknemer betwist het contract, waarin het non-concurrentiebeding is opgenomen, te hebben ondertekend. Werknemer stelt te beschikken over een arbeidsovereenkomst, dat hij bij aanvang van zijn dienstverband met Aquaserva in 2008 is overeengekomen. In het contract, waarbij werknemer in dienst trad als junior (technisch) adviseur is slechts een geheimhoudingsbeding opgenomen. Het onderhavige concurrentiebeding dateert van 31 december 2010 en is volgens Aquaserva overeengekomen toen Aquaserva B.V. opging in Aquaserva (Group). Werknemer betwist echter niet alleen dit contract te hebben getekend, ook betwist hij destijds duidelijk te zijn geïnformeerd over de verzwaring van de in dit contract opgenomen bedingen en de daaruit voortvloeiende beperking van zijn arbeidskeuzevrijheid. Naar het oordeel van de kantonrechter behoeft dit gemotiveerde verweer nader onderzoek.

Daarbij komt dat werknemer in 2010 is aangesteld in een managersfunctie maar daaruit medio 2012 weer is teruggetreden, waarna hij wederom is tewerkgesteld in zijn “oude” functievan technisch adviseur. Voor zover Aquaserva belang had bij een verzwaring van het non-concurrentiebeding in 2010 in verband met de leidinggevende functie van werknemer, is dit belang in 2012 komen te vervallen. Mede gelet op de aan Aquaserva (Group) verbonden ruime formulering van de bedrijfsactiviteiten is het belang daarmee ook aanzienlijk zwaarder gaan drukken, hetgeen in de belangenafweging een rol dient te spelen. Tot slot heeft werknemer aangevoerd dat hij bij Aquaserva is vertrokken nadat zich bij herhaling problemen voordeden rond de maandelijkse salarisbetaling en Aquaserva voorts nalatig bleef in de afdracht van de ingehouden pensioenbijdragen. De kantonrechter acht deze omstandigheden van voldoende gewicht om een rol te spelen bij de beoordeling van de vraag of en in hoeverre de bodemrechter, zo al sprake is van een rechtsgeldig overeengekomen non-concurrentiebeding, werknemer aan dit beding in volle omvang gebonden zal houden. Alles afwegende acht de voorzieningenrechter onvoldoende aannemelijk geworden dat de bodemrechter, zo al in rechte komt vast te staan dat sprake is van een rechtsgeldig overeengekomen concurrentiebeding, tot het oordeel zal komen dat werknemer dit beding heeft overtreden. De vorderingen van Aquaserva worden ook afgewezen. Wel wordt bij wijze van ordemaatregel de toezegging van de huidige werkgever van werknemer dat hij tot 1 februari 2015 niet zal worden ingezet bij vestigingen van het COA bindend worden opgelegd.