In het algemeen wordt aangenomen dat de machtsverhouding tussen een werkgever en een werknemer ongelijk is. Een werkgever heeft immers een natuurlijk overwicht op haar werknemers. In de onderhavige zaak, waarin een werkneemster bekent dat zij gedurende lange tijd goederen van werkgever heeft ontvreemd, wordt deze ongelijke machtsverhouding nogmaals bevestigd. Ondanks het feit dat werkneemster te kwader trouw heeft gehandeld en zij haar onrechtmatige handelen (mondeling en schriftelijk) heeft bekend, treft werkgever in deze zaak ook de nodige verwijten vanwege het niet in acht nemen van de ‘natuurlijke’ machtsongelijkheid.